Bemiddeling bij verkoop en aankoop van Nederlandse, Vlaamse en Russische schilderkunst, als ook voor taxaties en advisering
IntroductieKunstmakelaardij Ed van BommelCollectie voormalig Kunsthandel BaroqueSculpturenInfo/contact
Russisch A t/m F
Russisch G t/m K
Russich L t/m R
Russich S t/m Z
Biografieën Russen
Nederlands A t/m F
Nederlands G t/m L
Nederlands M t/m R
Nederlands S t/m Z
Biografieën Nederlands
Staat er voor de naam een penseel , dan is er werk van deze schilder op de site te zien: klik op penseeltje.  

Apol, Louis (1850-1936) werd geboren in Den Haag en studeerde onder Hoppenbrouwers en Rochussen en P. Stortenbeker. In 1880 maakte hij een zeereis met de Willem Barentsz. naar Spitsbergen en in 1903 mnaakte hij een reis naar Amerika. Hij specialiseerde zich in winter gezichten, waarin hij vakkundig de atmosfeer uitbeelde van winterse dagen in bossen en langs kanalen.
Louis Apol behoort tot de belangrijkste meesters van de Haagse School en is vooral bekend geworden met zijn winterlandschappen en besneeuwde bosgezichten. Mensen spelen daarin een heel ondergeschikte, soms zelfs geen enkele, rol. Alle aandacht gaat naar de natuur.

Artz, Constant (1837-1890). Werd in Parijs geboren als de zoon van David Artz. Net als zijn vader was hij geboeid door de natuur en schilderde hij veel in de open lucht, in een realistische stijl. Constant Artz was een meester in het verwerken van zon- en lichteffecten in zijn werk. Hij werd zeer bekend door zijn landschappen met molens, maar vooral door zijn watergezichten met eenden in al hun doen en laten. Voor deze taferelen bestond in de 19e eeuw bij het publiek een grote belangstelling.
 
Constant Artz was eveneens een zeer bekwaam aquarellist, die uitstekend de aquarellen van de Haagse School kon copieren.

Bakels, Reinier Sybrand. Begon zijn loopbaan als 'full-time' schilder in 1904 na een carrière als jurist. Hij schilderde bij voorkeur landschappen op Texel waar hij werd geboren en havens met vissersschepen. 
Op zijn 14de verhuisde hij naar Haarlem. Na omzwervingen vestigt hij zich later in Den Haag, vanwaar hij vaak Schevenigen bezoekt en schildert. Maar ook andere visserssteden zoals Enkhuizen, Harderwijk, Volendam en Elburg, Amsterdam, Maasluis en Dordrecht. Veel van zijn werk is dan ook in historisch perspectief belangrijk.. Vriendschap sloot hij met de oudere schilder Tholen, wiens invloed duidelijk te herkennen is.
Zijn vlotte palet was wisselend maar soms was dat opvallend sterk van kleur. Bakels schreef een boek over Tholen die hij zeer bewonderde.
 
 Bekke, Mari is een hedendaagse abstract werkende kunstenaar. Zwaar kleurgebruik, met het mes opgebracht, verbeelden een stemming. Deze schilder is tot op heden vrij onbekend gebleven, wat niet terecht is. Speelt op meesterlijke wijze met kleur, vorm, lijn en vlak om een compositie te maken.

Bilders, Johannes W. (1811-1890) werd in het begin van zijn loopbaan beinvloedt door de Duitse romantische landschapskunst, en reisde derhalve veel door Duitsland in de omgeving van Wiesbaden. Later was hij een van de eerste schilders die zich in Oosterbeek vestigden en van daaruit beinvloedde hij veel jonge schilders van de Haagse school waaronder zijn zoon Gerard.

Bitter,Theo (1916-1994) woonde en werkte hoofdzakelijk in Den Haag. Hij schilderde, tekende en aquarelleerde in eerste instantie in naief-realistische-, later in meer zakelijk-realistische- en weer later in expressionistische abstraherende stijl portretten, stillevens, interieurs e.d. Theo Bitter was lid van de Liga Nieuw Beelden, de groep Verve, de groep Fugare, de Posthoorngroep, de Haagse Kunstkring, "Pulchri Studio", de Haagse Aquarellistenkring en de Culturele Raad Zuid-Holland te Den Haag. Hij was tevens docent aan de Kon. Academie voor B.K. te Den Haag. Zijn werk is opgenomen is diverse particuliere-, bedrijfs- en overheidscollecties, w.o. de collecties van o.m. het Haags Gemeentemuseum , het Ministerie van O.K. & W. te Den Haag, het Museum van Bommel van Dam te Venlo, het Stedelijk Museum Prinsenhof te Delft, het Ned. Postmuseum te Den Haag en de Rijkscollectie.

Bleys,
A.C. Geboren 1842 te Hoorn, overleden 1912 te Driel was een van de betere Nederlandse pasteltekenaars. Vooral in zijn bloemstillevens kwam zijn talent tot uiting. Prachtige kleurencomposities met grote aandacht voor detail kwamen van zijn hand.
 
 Blok van der Velden, Adrianus (1913-1980). Heeft op Texel veel naam gemaakt. Uit Dordrecht afkomstige Ad Blok van der Velden woonde op Texel van 1940 tot 1979, maar kwam al vanaf 1934 op het eiland. Over hem is in 1996 een mooi uitgevoerd boek verschenen: Texel met pen en penseel (gebonden, 155 pag. in kleur, formaat 26 x 26 cm). Dit boek is helaas uitverkocht.
 
Bogart, Bram (1921).  Autodidact. Woonde vanaf 1946 in het Zuiden van Frankrijk, daarna in Parijs (1951-1960), aansluitend in Brussel (1961-1963) en verbleef dan te Ohain. Vanaf 1987 terug in Brussel. Begon met landschappen, stillevens en menselijke figuren in min of meer expressionistische stijl. Vanaf 1960 komt de grote ommekeer door het gebruik van een gekleurde cementachtige specie. Eén van de grotere namen van de Nederlandse naoorlogse schildergeneratie.
 
Bommel, Elias P. van (1819-1890) was een leerling van de Rijksakademie van Amsterdam en van de iets oudere Amsterdamse landschapschilder George Andries Roth.
Aanvankelijk schilderde hij onder invloed van zijn leermeester landschappen, later ging hij over op het schilderen van fijn uitgewerkte stadsgezichten met levendige stoffage. Inspiratie deed hij op in steden als Rotterdam, Dordrecht en Amsterdam. Ook maakte hij studiereizen door België, Duitsland, Frankrijk en Italië. Schilder uit de Romantiek.


Bos,Wim (1906-1974) was tijdens zijn leven een geziene verschijning in Rotterdam. Was een goede vriend van de andere Rotterdamse havenschilder Evert Moll. Na omzwervingen kwam Bos uiteindelijk weer in Rotterdam terug alwaar hij vele malen de haven schilderde in een impressionistische stijl. Heeft een hele duidelijke eigen stijl welke bovenal in zijn gemengde techniek tot uiting komt. 

 
Brinkman, Floris. Werd in 1946 in Den Helder geboren.Van 1967 tot 1972 volgde hij zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunst te Amsterdam. Bij zijn portretten is hij zeer geboeid door de mens achter het portret. In 1979 won Brinkman de Grand Prix International d’art contemporain. Hij ontving deze prestigieuze prijs met het bijbehorend geldbedrag uit handen van Prins Rainier van Monaco. Plotseling was zijn naam geld “waard”. De aanvankelijke bezetenheid heeft plaatsgemaakt voor een beheerste gedrevenheid. Prachtige lichtgekleurde landschappen en stillevens ontstaan.
Sinds jaren heeft hij een optrekje in de Provence, waar het licht en de kleuren hem mateloos inspireren en waar hij hele zomers ongehinderd kan opgaan in het schilderen van zijn landschappen en stillevens. Werkt en woont afwisselend in Nederland en Frankrijk.

 Brugman, Bernardus Jacobus (‘Berry’).  Geboren te Almelo in 1915. Woonde en werkte in Almelo, Arnhem en Amsterdam. Maakte studiereizen naar Frankrijk en Engeland. Leerling van de Academie v. B.K. te Arnhem. Schildert en aquarelleert landschappen, figuren en portretten en religieuze voorstellingen. Vrije schilderkunst, expressionist, een figuratieve vorm in nieuwe banen. Lid van de Twentse Kunstkring en van ‘Stuwing’ te Amsterdam.
 
Chabot, Hendrik (1894-1949) is een van de belangrijkste Rotterdamse kunstenaar geweest rond de Tweede Wereldoorlog.  Hij dankt zijn faam aan de indringende wijze waarop hij oorlogthema's in beeld heeft gebracht. 
Als kind verhuisde hij in 1906 met het ouderlijk gezin naar Rotterdam. Voor de oorlog exposeerde hij regelmatig in Kunstzaal Van Lier in Amsterdam. Chabot wordt gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het expressionisme in Nederland. Zijn bekendste werk is waarschijnlijk "De brand van Rotterdam"

  Dispo, Jacobus Lambertus. Werd op 10 maart 1890 in Steenwijk geboren. Behalve in zijn geboortestad woonde en werkte hij in Den Haag, Keulen en Frankfort am Main. Hij was leerling van de avondambachtsschool te Steenwijk, (behaalde de hoogste onderscheiding voor Tekenen), en van de Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag. Dispo werkte op een mozaïekatelier in Keulen en was leraar aan de Schildersschool in Groningen. Na 1935 was hij uitsluitend als kunstschilder werkzaam, in het bijzonder van stadsgezichten van Delft en Amsterdam.
Ook maakte hij veel dioramas. Hij was de leermeester van zijn zoon George Jan Dispo (1922 - 1973) en overleed op 27 maart 1964 in Den Haag.

Eberhard, Guillaume. Werd geboren in 1879 te Maastricht en overleed aldaar in 1949. Woonde en werkte in Zuid-Limburg. Studeerde enige jaren te Antwerpen, daarna in Amsterdam aan de Rijksacademie. Schilder van landschappen, portretten en vooral bloemen. Lid van "Arti et Amicitiae" en gaf les aan o.a Bakhoven en Jelinger.
 
 Heyboer, Anton. Was door zijn ongewone leefwijze één van de meest excentrieke Nederlandse kunstenaars van de afgelopen decennia. Zijn turbulente levensstijl uitte zich in een vijftal huwelijken. Hij omschreef zichzelf als 'de Robin Hood van de kunstwereld', waarmee hij verwees naar zijn hoge kunstproductie. Heyboer was opgeleid als werktuigbouwkundige. Na de Tweede Wereldoorlog begon hij met tekenen, zij het nog in een traditionele stijl. Tussen 1954 en 1957 ontwikkelde hij een eigen filosofisch schema op basis waarvan zijn abstracte kunstwerken ontstonden. Toch blijven er in zijn schilderijen en etsen altijd figuratieve elementen aanwezig. Tevens verduidelijkte Heyboer de thema's van zijn werk, waarin vaak menselijke relaties een rol spelen, met teksten.
 
 Jans, Jan. Schilder van havens, landschappen en riviergezichten. Was lid van Arti et Amicitiae te Amsterdam en van St. Lukas. Schildert doorgaans evenwichtige composities met een zonnig palet. 
Woonde en werkte vnl. in Almelo en omgeving. Leerling van de Avondtekenschool en de Technische school in Zwolle. Vormde zich verder zelf. Van beroep architect, tevens kunstschilder, vooral goed tekenaar. Schilderde veel duinlandschappen, stadsgezichten en landelijke bouwkunst. Musea: Rijkscollectie en het Rijksmuseum Twenthe.

Jong,Tinus de. Werd op 31 januari 1885 in Amsterdam geboren. Hij woonde en werkte in zijn geboortestad totdat hij op 1 januari 1921 naar Kaapstad, Zuid-Afrika, vertrok. Hier genoot hij grote bekendheid. Tinus de Jongh is autodidact en schilderde, tekende en etste landschappen, dorpsgezichten, etc. Hij overleed op 17 juli 1942 in Bloemfontein. 
 
Jongkind, Johan Bartold. Werd geboren te Latrop in Overijssel. De kunstenaar stierf in La Côte-Saint-André (Isère).
In de periode 1845-1855 bracht de kunstenaar afwisselend door in Frankrijk en Nederland. 
Gaandeweg raakte zijn werk steeds bekender bij andere kunstenaars en mensen uit de kunstwereld. In 1863 exposeerde deze Nederlandse kunstschilder tussen Whistler en Arttin-Latour.
Aan de Franse kust onstonden veel landschappen, waarin zijn Nederlandse afkomst toch duidelijk zichtbaar blijft. Tijdens zijn reizen maakte hij veel vrienden onder collega kunstenaars. In Honfleur ontmoette Jongkind bijvoorbeeld Monet. De schilderijen van Jongkind hebben niet allemaal dezelfde hoge kwaliteit, die zijn aquarellen wel kenmerken. Beginwerk nog Romantisch, maar later meer Impressionist. Maakte dus een zeer interessante ontwikkeling door. Jongkind is de grote Hollandse Franse schilder. Werken hangen in het Louvre en Musee d.Orsay. Veel aquarellen Voorloper Impressionisme en vriend van alle grote Impressionisten en Barbizonners. Veel aanzien in Frankrijk.
 
 Jurres, Prof. J.H. Van 1918 tot zijn pensionering in 1940 hoogleraar aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam geweest. Liet zich bij zijn onderwerpskeuze vaak leiden door verhalen uit de bijbel of de wereldliteratuur, waarbij hij eenzelfde thema vaak meermalen uitbeeldde. De criticus Henri H. van Calker heeft naar aanleiding daarvan opgemerkt: "Als Jurres een Bijbelsch of onverschillig welk ander verhaal uit Salammbô bijvoorbeeld of uit den Don Quichote tot onderwerp kiest, zal men steeds het vertelsel opnieuw beleven, maar feller, tastbaarder, dan enkel het woord weet te suggereren. Dit komt omdat Jurres de gave bezit, door allerlei kleine bijzonderheden van houding, groepering, gebaar of expressie het verhaal toe te spitsen, te verlevendigen. Jurres' rijke en weelderige fantasie vult bij den beschouwer ruimschoots aan, wat deze maar al te vaak mist: voorstellingsvermogen. Jurres zet ineens voor ons neer wat wij lezen, plastisch tastbaar, in gedroomde en toch levende werkelijkheid" Opmerkelijk is dat Jurres bij leven al werken verkocht voor 10.000 gulden (4500 Euro). 
  
Kat, Anne Pierre de. Schilder van landschappen, marines, stillevens, figuren en portretten. Ook beeldhouwer. Behoort bij de Brabantse fauvisten.  Verlaat als negentienjarige zijn familie en zijn land. Opleiding bij L. Van Biesbroeck aan de Academie van Gent en verdere opleiding aan de Academie van Brussel, waar hij bevriend wordt met R. Wouters. Na een korte terugkeer bij zijn familie en een verblijf in Parijs vestigt hij zich in 1905 in Watermaal-Bosvoorde. Vanaf 1906 deelnemer aan vele tentoonstellingen over de gehele wereld. Genaturaliseerd tot Belg in 1919.  In 1923 reist hij samen met E. Tytgat naar Oostenrijk en ontdekt er Breughel en Cranach. Zijn werk evolueert door deze confrontatie naar een groter classicisme. Nationale prijs voor Schone Kunsten (1938). Prijs A. Oleffe (1946). Prijs voor portret van de Academie voor Wetenschappen en Letteren (1947). 
De Kat groeide uit tot een levendige Belgische Modernist die debuteerde met impressionistische landschappen. Spoedig daarna was hij met zijn vrienden Wouters, Paerels en Brusselmans een fanatiek voorvechter van het Brabants Fauvisme met de kenmerkende ongemengde kleuren. De Kat verkreeg in 1920 de Belgische nationaliteit en vestigde zich in 1945 in Frankrijk.
 
 Koekkoek, B.C.  Leerling van zijn vader J.H. Koekkoek en van de academies te Middelburg en Amsterdam. Woonde en werkte op veel plaatsen waar veel natuurschoon te vinden was: het Gooi, de omgeving van Arnhem en het Rijk van Nijmegen. In 1843 vestigde hij zich in het Duitse stadje Kleef, waar hij tevens een 'Teekenacademie' stichtte. Vanuit Kleef ondernam hij een aantal tochten door de Belgische Ardennen, langs de Rijn, naar de Harz en Saksen. Belevenissen en indrukken die hij opdeed tijdens die reizen noteerde hij in zijn boek 'Herinneringen en mededeelingen van eenen Land-schapschilder'. Barend Cornelis is Nederlands beroemdste romantische landschapschilder.
 
 Koster, Toon (1913-1989). 'Richting bestaat niet' en 'alles is herhaling' antwoordde Toon Koster als men hem vroeg tot welke stroming hij behoorde en welke onderwerpen hij het liefst schilderde. Opgeleid aan de academie in Rotterdam ontwikkelde Koster zich tot een veelzijdig kunstenaar: hij schilderde, was graficus, kunstnijveraar en emailleur, en maakte bovendien belangrijke muurschilderingen. Op impressionistische wijze schilderde hij landschappen, dorps- en stadgezichten, portretten en stillevens. De voorstellingen zijn vaak geschilderd in donkere aardekleuren en met brede grove penseelstreken, waardoor een beladen atmosfeer ontstaat. Koster was lid van de Nederlandse Federatie van Beeldende Kunstenaars.
 
Kriek, Mario (1906). Te Delft geboren. Woonde in werkte in Delft en Amsterdam. Schilder van stadsgezichten, landschappen en stillevens. Lid van 'de Onafhankelijken" te Amsterdam

 Lintelo, Harry te. Schilder uit Overijssel, omgeving Rijssen. Schilderde landschappen, portretten en stillevens met een impressionistische toets. Groot oog voor het kleine detail.

Mauve, Anton (1833-1888) was een neef van Vincent van Gogh en leerling van P.F. van Os en W. Verschuur. Lange tijd was hij een bekend Haagse school schilder, in 1882 bezocht hij voor het eerst Laren.
Tijdens een verblijf in Oosterbeek ontmoette hij Willem Maris en J.W. Bilders. Zijn naam wordt zowel met de Haagse school alswel met de Larense school in verband gebracht. In zijn werk merkt men de invloed van de School van Barbizon. Zijn onderwerpen beperken zich tot weide en heidelandschappen, gestoffeerd met vee en een enkel figuur, gevoelig en vaak bescheiden  neergezet.  Mauve ging verder dan het weergeven van een eerste indruk.
Vanaf 1885 woonde hij in Laren, waar hij vooral het leven rond de boerderij en schaapskudden schilderde. Aldaar overleed hij in 1888.


 
Mels, Jacques (1899-1979). Schilder van stadsgezichten, stillevens en portretten in een geheel eigen, haast expressionistische stijl. Woonde en werkte een aantal jaren in Zuid-Amerika. Schilderde daarna veel Brabantse en Zuid-Limburgse landschappen, waarin wolkenluchten een belangrijke rol spelen. Vooral met de aquareltechniek maakte hij prachtige landschappen, waaraan door het gebruik van veel zwart en ongewone kleuren een extra dramatiek wordt verleend.
 
Moll, Evert (1878-1955), nabloei van de Haagse School, die vooral als schilder van haven- en riviergezichten naam maakt. Feit is wel dat het afbeelden van het havenbedrijf in zekere zin nieuw en niet eerder als onderwerp in de kring van de Haagse School werd opgepakt. In Dordrecht en later in Overschie, legt hij de basis voor zijn latere werk. Hij blijft trouw aan de uitgangspunten en werkwijze zoals die hem door eerdere Haagse Scholers zijn bijgebracht en ontwikkelt zich binnen de traditionele kunstopvattingen. In 1919 trekt hij weg uit het Rotterdamse, en vestigt zich met zijn tweede vrouw in Scheveningen. Deze verandering van standplaats heeft ook invloed op zijn werk: helderder van toon en kleur, composities intiemer, minder panoramisch. Ook zijn Zuid-Franse havengezichten (van 1924-'26) oogsten om hun sprankelende kleuren en impressionistische toets huldeblijken. Op latere leeftijd legt Moll zich toe op het bloemstilleven. Met het werk dat ontstaat in de beslotenheid van zijn atelier, bereikt Moll nog een andere groep liefhebbers.

Munnik, Henk. Opleiding: Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten te Den Haag, Lid van o.m. Pulchri Studio, Verve 1951-1957 en Culturele Raad Zuid-Holland. Leerling van Cees Bolding, A. Hendriks en Henk Meijer. Verkreeg o.m. prijs van de stad Vlaardingen in 1954. Werk in o.m. de Rijkscollectie.
 
Nakken, Willem K. (1835-1926) woonde en werkte in Den Haag en Rijswijk. Schilder van zonovergoten landschappen en boeren-hoeven, vaak gestoffeerd met paarden.
Aanvankelijk werkzaam in en rond Den Haag, Oosterbeek en in Limburg, leverden na 1867 veelvuldige studiereizen naar Normandië hem stof voor zijn schilderijen. De mooie, zwaargebouwde paarden die hij schilderde bezorgden hem een reputatie als paarden-schilder. Meermalen kreeg hij de opdracht om het portret van een paard te schilderen, soms ook van honden, bekroonde stieren en koeien. Schilderde wel samen met Woterus Verschuur jr.


Oepts,Wim. Kwam in 1924 in contact met Charley Toorop die zich over hem ontfermde. Op zijn vrij donkere schilderijen van eind jaren twintig, begin jaren dertig, beeldt Oepts de mensen verbonden met hun omgeving weer. Zijn Nederlandse periode is zeer bijzonder en tegenwoordig weer erg geliefd, omdat zijn figuratieve schilderstijl en zijn gebruik van donkere aardetinten op prachtige wijze het alledaagse leven van de jaren '30 weergeeft. In 1931 vertrok Oepts naar Parijs. In de jaren hierna verschenen er geleidelijk aan zonnigere kleuren in zijn werk. Deze overgang heeft zeer indrukwekkende schilderijen opgeleverd. In St. Tropez wordt het Franse landschap zijn motief bij uitstek en schildert hij heldere, stralende kleurvlakken naast elkaar. Oepts is geen schilder van het spontane gebaar, maar een zoeker naar het juiste evenwicht. De grens tussen figuratie en abstractie is bij Wim Oepts nooit een scherpe, rechte lijn geweest, maar de werkelijkheid is wel altijd zijn uitgangspunt gebleven.

Oerder, Frans 1867-1944) woonde en werkte in Rotterdam, Brussel, Pretoria, Kaapstad, en Italië. Leerling van de Academie van B.K. te Rotterdam. Schilderde, tekende en etste landschappen, (veel motieven ontleend aan Zuid-Afrika), stadsgezichten, dieren, kinderen, portretten, bloemstillevens.
Staat hoog aangeschreven in Zuid-Afrika.
Zijn impressionistische werken kenmerken zich door hun felle koloriet.
Werk van hem hangt in musea te Kaapstad en Pretoria en het Noord-Brabants Museum Den Bosch. Bekend als schilder van bloemstillevens.

 
Pape,Ton (1916-2003). Geboren in Rijswijk in 1916. Hij kreeg zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Zijn oeuvre is zeer divers en niet onder een noemer te brengen. Ton Pape schildert figuratieve én abstracte voorstellingen, hij tekent en aquarelleert, maar hij heeft tevens boeken geïllustreerd, stoffen ontworpen en daarnaast ook nog gecomponeerd. 
Het figuratieve werk van Ton Pape bestaat grotendeels uit landschappen, stadsgezichten en (zelf)portretten. In zijn landschappen -veelal gefantaseerde duingezichten en bosranden- zoekt hij de leegte. In zijn portretten beperkt hij zich tot het essentiële. Details ontbreken in het werk van Ton Pape, hij 'componeert' zijn voorstellingen met behulp van kleurvlakken. 
Ook in zijn abstracte werken zijn de kleurvlakken terug te vinden. Sommige van deze werken zijn symmetrisch van opzet, andere ogenschijnlijk willekeurig van vorm, als vlammen of willekeurig groeiende planten. Wat al deze werken met elkaar gemeen hebben is het herkenbare kleurgebruik van Ton Pape: het koele blauw en groen of het gloeiende rood en oranje.  Een aanzienlijk deel van zijn oeuvre bestaat uit tekeningen en aquarellen. Ook hier overheerst het (gefantaseerde) landschap, dat wordt gekenmerkt door enkele hoog oprijzende bomen aan een glooiende bosrand of in de duinen.
  
Paul, Maurice (1889 in Bergen (België)-1965). Na zijn opleiding aan de kunstakademie werd Maurice Paul vooral getroffen door de bedrijvigheid in de steden Brussel en Antwerpen en het strandleven aan de Belgische kust. Later verlegde hij zijn werkterrein naar de Franse Côte d’Azur. Hier vond hij motieven die pasten bij zijn artistieke opvattingen, de felgekleurde huizen, de drukke dorpspleinen met kleurrijke restaurants en de typisch beschilderde vissersboten, de toeristen en flanerende badgasten. In vlot opgezette schilderijen zette Maurice Paul door hem waargenomen taferelen op het doek.

Permeke, Constant (1886-1952) woonde en werkte o.m. te Oostende, St. Martens-Latem, Engeland (1914-1918), Antwerpen en Jabbeke. Permeke was een vriend o.m. van de expressionistische kunstenaars Frits vanden Berghe en Gustaaf de Smet en vormde samen met hen de zgn. "Tweede Latemse School". Zijn kunst evolueerde van impressionisme (via het pointillisme) naar monumentaal expressionisme (dat vorm kreeg gedurende zijn Engelse periode). Hij wordt met recht als de belangrijkste Vlaamse expressionist beschouwd. Hij schilderde landschappen, boeren- en vissersfiguren in aardse kleuren met een norse stugge toets, waarbij de uitbeelding o.m. is gericht op de thema's "aardgebondenheid" en "levenstragiek". Hij was de centrale figuur van de avant-gardekringen "Sélection" en "L 'Art Vivant". Zijn werk is opgenomen in talloze musea over de gehele wereld ( in Nederland o.m. het Haags Gemeentemuseum, het Stedelijk Museum te Amsterdam, het museum Boymans van Beuningen te Rotterdam en het Singer Museum te Laren). In Jabbeke (bij Oostende) bevindt zich het "Permeke Museum", zijn vroegere woonhuis met ateliers.

Rackwitz, Piet (1892-1968). Schilder, tekenaar en etser van landschappen, interieurs en stadsgezichten. Woonde en werkte te Den Haag, Laren, Boston, New York, Pasadena en Hollywood. Oprichter en hoofdleraar schilderen aan het Hollywood art Institute.
 
 Regt, Pieter de (1877-1960). Leerling van A. Markus (Arnhem 1895). Schilderde, tekende en etste landschappen (slootjes, plassen, boerderijtjes aan het water). Impressionist in de trant van de Haagse School. Het museum te Rijswijk heeft werk van deze schilder.
 
Roelandse, J.C (1888-1978). Werkte vrijwel zijn hele leven in en rond Leiden. Hij schilderde vooral landschappen, stadsgezichten en portretten in een traditioneel - impressionistische stijl die sterk was beïnvloed door de Haagse School.
  
Ruwel, Franciscus Lodewijk. Werd op 19 augustus 1912 in Amsterdam geboren. Hij overleed op 30 juni 1987 in De Bilt. Frans Ruwel schilderde landschappen en stadsgezichten in een eigen impressionistische stijl. Ruwel was een leerling van Henk Bellaart.
Na een technische opleiding volgde Ruwel een opleiding tot tekenleraar aan het Rijksmuseum te Amsterdam. Aansluitend kreeg hij aan de academie Artibus lessen van Henk Bellaard. Samen maakten zij vele buitenstudies en schilderden zij op het atelier stillevens. Dit resulteerde in een jarenlange hechte vriendschap met Henk Bellaard. Na een loopbaan als tekenleraar ging Frans Ruwel ten gevolge van een ongeval met vervroegd pensioen. Vanaf dat moment wijdde hij zich volledig aan de teken- en schilder kunst.
Zijn onderwerpen vond hij zowel in het binnen- als in het buitenland.
De gemeente Woerden organiseerde in 1977 in het Gemeentemuseum een expositie van het werk van Frans Ruwel, tezamen met dat van A.H. van der Woude en K. Kranenburg. Tevens een overzichtstentoonstelling bij de ABN in de Bilt.
 
Schoonhoven, Jan (1914-1994) zette zich af tegen het idee dat kunst expressief en creatief moest zijn. Dit werd beleden door Cobra. Hij was meer een Nul-kunstenaar en bleef het Nul-principe zijn leven lang trouw. Deze beweging streefde ernaar de werkelijkheid te tonen in haar diepste essentie. Zijn werk bestond uit kartonnen reliëfs opgebouwd uit vakjes of vlakjes op een harde ondergrond. Hij beplakte deze reliëfsmet krantenpapier en schilderde ze daarna wit. Het centrale thema werd de werking van licht en schaduw. Gedurende de dag en de tijd van het jaar veranderde de lichtval en de schaduwwerking. Voor Schoonhoven waren de reliëfs een neutrale wijze van tonen van de realiteit. Hij omschreef dat als "het aanvaarden van de dingen zoals zij zijn, zonder ze te veranderen om persoonlijke redenen".

 
 Sibens, Adrianus (Janus) (1906-1964). Schilderde vooral het Brabantse land, vooral de Kempen heeft hij veel geschilderd. Heidegebieden, bosgezichten, zomer- en winterlandschappen, vennetjes. Had een zeer expressieve schilderstijl. Werk is te vinden in menig Brabants museum.
  
 Slebe, Ferry (1907-1994). Ondanks het feit dat hij een degelijke opleiding kreeg aan de Haagse academie beschouwde Ferry Slebe zichzelf als autodidact. Al het geleerde achter zich latend, ontwikkelde hij een lyrisch-figuratieve stijl waarmee hij stillevens en vrolijke, onbekommerde voorstellingen op het doek zette. In de jaren '50 maakte hij deel uit van de Haagse experimentele schildersgroep Verve.
 
Surie, Jacoba (1879-1970). Behoort tot de 'Amsterdamse Joffers', een groep schilderessen waartoe ook Lizzy Ansingh en Coba Ritsema gerekend worden. Binnen deze groep ging zij redelijk haar eigen weg. Zij schilderde bij voorkeur impressionistische figuurstukken en stillevens van vis of van alledaagse gebruiksvoorwerpen in rijke kleurschakeringen. In de zomer trok de schilderes meestal met huisgenote Ans van den Berg naar Brabant of Zeeland, waar ze haar indrukken omzette in snelle tekeningen en aquarellen.
 
Terhell, Adriaan (1863-1949). Woonde en werkte in Bussum ca. 1885, Den Haag tot 1943, Bennecom 1943-1944, Denekamp 1944, Enschede 1944-1945, Diepenheim 1945-1948, daarna in Beverwijk. Kunstschilder, vooral bekend door zijn aquarellen (meest landschappen, strand- en zeegezichten en enkele stadsgezichten). Gaf les aan V. Leonhardt-Wirix. Signeerde de meeste aquarellen met J. le Blanc. 
Ook gebruikte hij het pseudoniem Ch. Petit, voor zowel aquarellen als olieverf-schilderijen.

 Velthuis, Jan.  Combineert al sedert jaren schilderen en zeilen  boord van zijn schip de Mars. Hij zeilt dan over de waddenzee of IJsselmeer. In zijn aquarellen, de techniek waarin hij het liefst werkt, kan hij zijn passie voor het water het best uitdrukken.
Gebruik makend van grote forse penseelstreken maakt hij zijn werk. Vol expressie, weet hij de ruimte van het drooggevallen wad, de eeuwig veranderende wolkenpartijen en de schepen in de havens weer te geven.
Het gaat hem er niet om, precies weer te geven wat hij ziet.
Het uiteindelijke schilderij moet transparant en ademend zijn, daarom laat hij opzettelijk bepaalde partijen van het aquarelpapier onbeschilderd.

Vreedenburgh,
Cornelis (1880) te Woerden geboren. Van zijn vader kreeg hij zijn eerste tekenlessen. Deze werden aangevuld met lessen van de schilder G.J. Roermeester en in een latere periode, wist hij zich op te werken met raadgevingen van W.B. Tholen en P. Arntzenius.
Samen met W.B. Tholen trok hij er regelmatig op uit om de binnenwateren en rivieren te schilderen. Eveneens op de Kaag en langs de Zuiderzeekusten waren zij te vinden. Vaak schilderde hij schuiten op het water waarbij hij een sterke contrastwerking zocht.
Trouwde met Maria Schotel. Woonde in Hattem en vervolgens in 1918 in het Gooise Laren. Hij had zich in Laren gevestigd doordat Laren niet zo ver van Amsterdam is gelegen, de stad die hem bleef boeien door de schilderachtige grachten. Steeds opnieuw keert hij terug naar Amsterdam samen met zijn schetsboek. Maakte studiereizen naar Palestina en Israël.
Hij was lid van de kunstenaarsverenigingen; "Arti et Amicitiae",de vereniging "St. Lucas" uit Laren en "Pulchri Studio. Na zijn 60ste kreeg hij de ziekte van Parkinson en werd zijn werk minder. Cornelis Vreedenburgh overleed in 1946 en werd begraven op het St. Janskerkhof te Laren. 

Wenckebach, Ludwig Willem Reijmert (Louis) (1860-1937). Leerling van Jhr. J.E. Heemsherck van Beest en van Dirk van Lokhorst. Woonde en werkte in Amsterdam, Utrecht en later in Santpoort. Schilderde, aquarelleerde, tekende, etste en lithografeerde landschappen, stadsgezichten en rivierlandschappen. Schilderde in een vlotte , brede toets in de trant van de Haagse School. Heeft ook geïllustreerd, o.a. voor de Verkade-albums. Was lid van Arti et Amicitiae en 'St. Lucas' te Amsterdam.
 
 Wierik, Jan te. Geboren in Hengelo (1954) en gestorven in 2002.
Waren zijn schilderijen de laatste jaren nogal abstract van aard; sinds enige tijd is de vorm belangrijker geworden. De intentie van zijn werk is onveranderd maar de zeggingskracht van de afgebeelde figuren is daarmee verstrekt. Ondanks de duidelijkere figuratie is het nog steeds zo dat hij werkt vanuit de directe emotie, door impulsieve handelingen. Hij werkt zelden met een vooropgezet plan.
Jan gebruikt doorgaans voor zijn werk diverse materialen. Werkt op alle ondergronden die hij daarvoor geschikt acht. Olieverf, acrylaten, pigmenten en lakacryl kan hij afzonderijk gebruiken, maar een combinatie hiervan, waardoor de meest bijzondere effecten optreden, zal hij niet schuwen. Hij denkt niet na en gaat terug naar het kind zijn en brengt op een zodanige speelse wijze een compositie tot stand die abstrakt kan zijn maar ook figuren, fabeldieren en landschappen op kunnen roepen die uitsluitend het denkvermogen van een kind kan evenaren.
 
Wijngaerdt, Piet van (1873-1964). Wordt, samen met Henri Le Fauconnier, beschouwd als de theoretische grondlegger van de Bergense School. Hij schilderde landschappen, figuren en krachtige bloemstillevens in een kubistisch-expressionistische stijl, waarbij onverwachte kleurcontrasten en de werking van licht en donker een belangrijk uitdrukkingsmiddel waren. Voor zijn landschappen vond hij meestal inspiratie in het boerenland ten Zuiden van Amsterdam. Na 1941 werkte hij meestal in en rond Abcoude.
 
 Wolvecamp, Theo (1925-1992). Begon tijdens de Tweede Wereldoorlog te schilderen, en van 1945 tot 1947 bezocht hij de kunstacademie in Arnhem. Gedurende die periode hielden het Duitse en Vlaamse expressionisme hem sterk bezig. In 1947 stopte hij met zijn studie en trok naar Amsterdam. Na kort in kubistische stijl te hebben gewerkt ontwikkelde hij daar een eigen beeldtaal van spontaan neergezette abstracte tekens. In 1948 was hij mede-oprichter van de Nederlandse Experimentele Groep en daarna van de internationale Cobra-Groep. Voor Wolvecamp was schilderen experimenteren en improviseren. Anders dan vele van zijn Cobra-collega's werkte hij ver buiten de schijnwerpers van de publiciteit, waardoor hij bij het grote publiek minder bekend is geworden.

 Zwart, Pieter de (1880-1967). Woonde en werkte in den Haag. Hij was een broer van W.H.P.J (Willem) de Zwart. Leerling van oa Cornelis Koppenol en zijn broer Willem de Zwart. Schilderde, tekende en etste landschappen,stillevens en portretten. Vooral in zijn landschappen was hij een meer dan verdienstelijk schilder. Werk van hem bevind zich in het Haags Gemeentemuseum.
 
Zwart, Willem de (1862-1931). In de keuze van zijn onderwerpen behoorde Willem de Zwart tot de Haagse School, in zijn stijl en kleurgebruik tot de Amsterdamse impressionisten. Hij wordt dan ook wel de 'Haagse Breitner' genoemd. Zijn landschappen, figuurstukken en stillevens schilderde hij met een vlotte, gedurfde penseelstreek. De verf bracht hij dik aan, soms direct uit de tube, met felle kleurtoetsen in uitbundige roden, gelen en blauwen, waardoor zijn schilderijen een bijzondere levendigheid kregen. Musea: o.a. Haags Gemeentemuseum en Museum Kröller-Müller in Otterlo.
 
 
IntroductieKunstmakelaardij Ed van BommelCollectie voormalig Kunsthandel BaroqueSculpturenInfo/contact
Ed van Bommel Kunstmakelaardij, Keidelplein 13, 1795 AH de Cocksdorp, 0222 316448, mobiel 0630308303, info@baroque-art.nl , all rights reserved 2011-2013